vrijdag, januari 26, 2007

IK MAG BLIJVEN

Zondag stond ik om 7u paraat aan het Israëlische Ministerie voor Binnenlandse Zaken in Oost-Jeruzalem. Dit keer draaide het draaihekken wel. Ik moest op een afstand blijven en mijn jas opendoen zodat de security kon zien dat ik geen zelfmoordplannen had. Welcome to East Jerusalem! De veiligheidsmaatregelen waren een vliegveld waardig: schoenen uit, metaaldetectoren, rugzak doorzocht, camera en vloeistoffen werden apart gehouden tot vertrek.

Ik was de enige buitenlander tussen Palestijnen. De werknemers waren vooral Arabische Israëli's, zij kunnen immers vloeiend Arabisch en Hebreeuws. De man die ik voor me had, liet vallen dat het in deze afdeling "veel moeilijker is" dan in de andere. Hij moest het mij niet vertellen. Maar toch wel grof dat ze dat zomaar toegeven.

En toen was ik aan de beurt. Ik zei dat ik hier als toerist ben, maar ook de bibliotheek van de Hebrew University gebruik voor mijn onderzoek naar reproductieve gezondheid. Of er geen bibliotheken zijn in mijn eigen land? Of ik niet via het internet kan werken? Ik kreeg nog veel vragen. Hoeveel geld heb ik? Waarom heb ik drie voornamen? Wat is het nummer van mijn oude paspoort? Ben ik hier graag misschien? En tussendoor waren er vooral veel lange pauzes waarin ik mij zat af te vragen of het wel ok zou zijn.

Ik had brieven van de Gentse en de Israëlische universiteit, maar dat bleek niet voldoende. Ik moest een brief hebben van de Hebrew University gericht aan het ministerie, een brief van mijn vrienden dat ik een kamer bij hen huur, ik moest bewijzen dat ik geld genoeg had en verklaren dat ik op de einddatum van mijn visum het land kon verlaten.

Om een lang verhaal kort te maken: tegen 12u30 stond ik buiten, mét een visum in mijn paspoort tot 31 maart, maar tegen die tijd was ik zo murw dat ik niet eens echt blij kon zijn.

1 Comments:

Anonymous Anoniem said...

Jeuj! Leve de Israelische papiermolen! Leve Sint-Eline! Hip-hip-hip-shalom!

26 januari, 2007 21:33  

Een reactie posten

<< Home